Een LC-schakeling met L = 2,2 µH moet resoneren bij 100 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een ideale LC-schakeling heeft L = 10 mH en C = 470 pF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 47 Ω, L = 47 mH en C = 2,2 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een condensator van 1 µF, opgeladen tot 24 V, oscilleert met een ideale spoel van 220 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 9,6 V is, in µJ.
Een opgeladen condensator van 10 nF ontlaadt over een spoel van 220 µH met een totale serieweerstand van 2 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een opgeladen condensator van 10 nF ontlaadt over een spoel van 100 µH met een totale serieweerstand van 1 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. C = 1151 nF
- 2. f0 = 73,41 kHz
- 3. Q = 98,34
- 4. WL = 241,9 µJ
- 5. n = 16,36
- 6. n = 22,06
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.