Een condensator van 22 nF wordt opgeladen tot 24 V en dan op een ideale spoel van 1 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in µJ.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 470 nF, opgeladen tot 20 V, wordt over een ideale spoel van 220 µH geschakeld. Bepaal de piekstroom Imax in de schakeling, in mA.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 100 Ω, L = 1 mH en C = 100 pF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een condensator van 10 µF, opgeladen tot 5 V, oscilleert met een ideale spoel van 220 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 4 V is, in µJ.
De halfvermogensfrequenties van een resonantiekromme zijn 900 kHz en 1,44 MHz. Bepaal de resonantiefrequentie als hun meetkundig gemiddelde, en daarna de kwaliteitsfactor Q.
Een serie-RLC-schakeling (R = 5 Ω, L = 47 µH, C = 47 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 20 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Antwoordenblad
- 1. W = 6,336 µJ
- 2. Imax = 924,4 mA
- 3. BW = 15,92 kHz
- 4. WL = 45 µJ
- 5. Q = 2,108
- 6. Ecycle = 9,339 nJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.