Een LC-schakeling met L = 10 mH moet resoneren bij 455 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 10 nF wordt opgeladen tot 50 V en dan op een ideale spoel van 220 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in µJ.
Een condensator van 2,2 µF, opgeladen tot 15 V, oscilleert met een ideale spoel van 10 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 6 V is, in µJ.
Een condensator van 220 pF, opgeladen tot 6 V, oscilleert met een ideale spoel van 100 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 4,5 V is, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling (R = 10 Ω, L = 2,2 mH, C = 100 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 100 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in µJ.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 1 nF en een spoel van 10 µH met een wikkelweerstand van 5 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. C = 0,01224 nF
- 2. W = 12,5 µJ
- 3. WL = 207,9 µJ
- 4. WL = 1,732 nJ
- 5. Ecycle = 4,66 µJ
- 6. RD = 2 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.