Een afgestemde kring resoneert bij 10,7 MHz en heeft een kwaliteitsfactor Q = 100. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 47 nF wordt opgeladen tot 24 V en dan op een ideale spoel van 100 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in µJ.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 100 Ω, L = 22 mH en C = 100 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
Een condensator van 10 µF, opgeladen tot 9 V, oscilleert met een ideale spoel van 1 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 3,6 V is, in µJ.
Een opgeladen condensator van 470 nF ontlaadt over een spoel van 22 µH met een totale serieweerstand van 1 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 10 µH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 20 kHz?
Antwoordenblad
- 1. BW = 107 kHz
- 2. W = 13,54 µJ
- 3. BW = 723,4 Hz
- 4. WL = 340,2 µJ
- 5. n = 1,51
- 6. R = 1,257 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.