Een resonantiekromme heeft een piek bij 10,7 MHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 214 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 47 pF wordt opgeladen tot 24 V en dan op een ideale spoel van 10 mH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
Een condensator van 47 pF, opgeladen tot 6 V, oscilleert met een ideale spoel van 4,7 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 4,5 V is, in nJ.
In een ideale LC-schakeling met L = 10 µH en C = 1 µF is de condensator op t = 0 volledig opgeladen. Hoe lang duurt het tot alle energie in de spoel zit? Geef t in µs.
Een opgeladen condensator van 47 nF ontlaadt over een spoel van 22 mH met een totale serieweerstand van 20 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 4,7 nF en een spoel van 22 mH met een wikkelweerstand van 5 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. Q = 50
- 2. W = 13,54 nJ
- 3. WL = 0,3701 nJ
- 4. t = 4,967 µs
- 5. n = 7,548
- 6. RD = 936,2 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.