Een afgestemde kring resoneert bij 1 MHz en heeft een kwaliteitsfactor Q = 20. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 220 µH moet resoneren bij 20 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een condensator van 2,2 nF, opgeladen tot 10 V, oscilleert met een ideale spoel van 470 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 5 V is, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 100 Ω, L = 100 mH en C = 470 pF. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
Een opgeladen condensator van 22 nF ontlaadt over een spoel van 22 mH met een totale serieweerstand van 5 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een opgeladen condensator van 2,2 nF ontlaadt over een spoel van 100 µH met een totale serieweerstand van 1 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. BW = 50 kHz
- 2. C = 287,8 nF
- 3. WL = 82,5 nJ
- 4. BW = 159,2 Hz
- 5. n = 44,13
- 6. n = 47,04
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.