Een resonantiekromme heeft een piek bij 10,7 MHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 133,8 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 4,7 mH moet resoneren bij 500 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 10 Ω, L = 470 µH en C = 10 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
In een ideale LC-schakeling met L = 10 µH en C = 1 µF is de condensator op t = 0 volledig opgeladen. Hoe lang duurt het tot alle energie in de spoel zit? Geef t in µs.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 220 nF en een spoel van 1 mH met een wikkelweerstand van 0,5 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 470 pF en een spoel van 4,7 mH met een wikkelweerstand van 1 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. Q = 80
- 2. C = 0,02156 nF
- 3. BW = 3,386 kHz
- 4. t = 4,967 µs
- 5. RD = 9,091 kΩ
- 6. RD = 10000 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.