Een resonantiekromme heeft een piek bij 10,7 MHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 891,7 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 10 pF wordt opgeladen tot 3 V en dan op een ideale spoel van 10 mH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 10 Ω, L = 220 µH en C = 1 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 10 Ω, L = 470 µH en C = 1 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een opgeladen condensator van 47 nF ontlaadt over een spoel van 22 mH met een totale serieweerstand van 20 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 100 µH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 10 kHz?
Antwoordenblad
- 1. Q = 12
- 2. W = 0,045 nJ
- 3. BW = 7,234 kHz
- 4. BW = 3,386 kHz
- 5. n = 7,548
- 6. R = 6,283 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.