Een resonantiekromme heeft een piek bij 2 kHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 40 Hz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een afgestemde kring resoneert bij 10 kHz en heeft een kwaliteitsfactor Q = 8. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 10 kHz met Q = 1,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 1 Ω, L = 10 µH en C = 1 µF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een opgeladen condensator van 220 nF ontlaadt over een spoel van 22 µH met een totale serieweerstand van 1 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een opgeladen condensator van 470 nF ontlaadt over een spoel van 22 mH met een totale serieweerstand van 20 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. Q = 50
- 2. BW = 1,25 kHz
- 3. f1 = 7,208 kHz
- 4. BW = 15,92 kHz
- 5. n = 2,206
- 6. n = 2,387
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.