Een ideale LC-schakeling heeft L = 22 µH en C = 10 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 10 mH moet resoneren bij 20 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een parallel-RLC-schakeling heeft R = 100 kΩ, L = 100 µH en C = 470 pF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een parallel-RLC-schakeling heeft R = 1 kΩ, L = 1 µH en C = 47 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een opgeladen condensator van 47 nF ontlaadt over een spoel van 1 mH met een totale serieweerstand van 20 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een opgeladen condensator van 220 nF ontlaadt over een spoel van 10 µH met een totale serieweerstand van 0,5 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. f0 = 339,3 kHz
- 2. C = 6,333 nF
- 3. Q = 216,8
- 4. Q = 216,8
- 5. n = 1,609
- 6. n = 2,975
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.