Een resonantiekromme heeft een piek bij 2 kHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 200 Hz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
1.Makkelijk
f0 = 2 kHzBW = 200 Hz
Q =
2.Makkelijk
Een afgestemde kring resoneert bij 1 kHz en heeft een kwaliteitsfactor Q = 8. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
f0 = 1 kHzQ = 8
BW = Hz
3.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 2 Ω, L = 220 µH en C = 1 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
R = 2 ΩL = 220 µHC = 1 nF
BW = kHz
4.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 22 Ω, L = 1 mH en C = 470 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
R = 22 ΩL = 1 mHC = 470 nF
BW = kHz
5.Moeilijk
Ontwerp een serie-RLC-filter met een totale weerstand van 10 Ω, een resonantiefrequentie van 200 kHz en een bandbreedte van 5 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
R = 10 Ωf0 = 200 kHzBW = 5 kHz
C = nF
6.Moeilijk
Een serie-RLC-schakeling (R = 2 Ω, L = 10 µH, C = 220 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 10 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
R = 2 ΩL = 10 µHC = 220 nFIm = 10 mA
Ecycle = nJ
Antwoordenblad
- 1. Q = 10
- 2. BW = 125 Hz
- 3. BW = 1,447 kHz
- 4. BW = 3,501 kHz
- 5. C = 1,989 nF
- 6. Ecycle = 0,9319 nJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.