Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Magnetische velden & inductie: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
I = 5 AR = 10 cmB = ?N = 5

Een platte cirkelvormige spoel met 5 windingen en straal 10 cm voert een stroom van 5 A. Bepaal de magnetische fluxdichtheid B in het midden.

N = 5I = 5 AR = 10 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
B = µT
2.Makkelijk
+v = 2 × 10⁶ m/sB = 0,2 T

Een alfadeeltje beweegt met 2 × 10⁶ m/s loodrecht op een homogeen magnetisch veld van 0,2 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.

|q| = 3,204 × 10⁻¹⁹ Cv = 2 × 10⁶ m/sB = 0,2 Tθ = 90°
F = fN
3.Gemiddeld
R = 2,5 Ωv = 1 m/sL = 50 cmB = 0,5 T

Een metalen staaf van 50 cm lang schuift met 1 m/s langs twee rails in een homogeen veld van 0,5 T het papier in. De rails zijn verbonden door een weerstand van 2,5 Ω; de staaf en rails hebben verwaarloosbare weerstand. Bepaal de stroom I.

B = 0,5 TL = 50 cmv = 1 m/sR = 2,5 Ω
I = mA
4.Gemiddeld
12 A30 Ad = 12 cm

Twee lange evenwijdige draden op 12 cm van elkaar voeren stromen van 12 A en 30 A in dezelfde richting. Bepaal de kracht per meter lengte F/L tussen de draden.

I1 = 12 AI2 = 30 Ad = 12 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
F/L = µN/m
5.Moeilijk
V = 1000 VB = 0,8 Tr = ?

Een alfadeeltje begint in rust, wordt versneld over een potentiaalverschil van 1000 V en komt dan loodrecht een homogeen magnetisch veld van 0,8 T binnen. Bepaal de straal r van zijn baan in het veld.

m = 6,645 × 10⁻²⁷ kg|q| = 3,204 × 10⁻¹⁹ CV = 1000 VB = 0,8 T
r = cm
6.Moeilijk
V = 2500 VB = 0,5 Tr = ?

Een proton begint in rust, wordt versneld over een potentiaalverschil van 2500 V en komt dan loodrecht een homogeen magnetisch veld van 0,5 T binnen. Bepaal de straal r van zijn baan in het veld.

m = 1,673 × 10⁻²⁷ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ CV = 2500 VB = 0,5 T
r = cm

Antwoordenblad

  1. 1. B = 157,1 µT
  2. 2. F = 128,2 fN
  3. 3. I = 100 mA
  4. 4. F/L = 600 µN/m
  5. 5. r = 0,8051 cm
  6. 6. r = 1,445 cm

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.