Een platte cirkelvormige spoel met 5 windingen en straal 10 cm voert een stroom van 5 A. Bepaal de magnetische fluxdichtheid B in het midden.
Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden
Een alfadeeltje beweegt met 2 × 10⁶ m/s loodrecht op een homogeen magnetisch veld van 0,2 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.
Een metalen staaf van 50 cm lang schuift met 1 m/s langs twee rails in een homogeen veld van 0,5 T het papier in. De rails zijn verbonden door een weerstand van 2,5 Ω; de staaf en rails hebben verwaarloosbare weerstand. Bepaal de stroom I.
Twee lange evenwijdige draden op 12 cm van elkaar voeren stromen van 12 A en 30 A in dezelfde richting. Bepaal de kracht per meter lengte F/L tussen de draden.
Een alfadeeltje begint in rust, wordt versneld over een potentiaalverschil van 1000 V en komt dan loodrecht een homogeen magnetisch veld van 0,8 T binnen. Bepaal de straal r van zijn baan in het veld.
Een proton begint in rust, wordt versneld over een potentiaalverschil van 2500 V en komt dan loodrecht een homogeen magnetisch veld van 0,5 T binnen. Bepaal de straal r van zijn baan in het veld.
Antwoordenblad
- 1. B = 157,1 µT
- 2. F = 128,2 fN
- 3. I = 100 mA
- 4. F/L = 600 µN/m
- 5. r = 0,8051 cm
- 6. r = 1,445 cm
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.