Een lange rechte draad voert een stroom van 25 A. Bepaal de magnetische fluxdichtheid B in punt P, 6 cm van de draad.
Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden
1.Makkelijk
I = 25 Ar = 6 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
B = µT
2.Makkelijk
Een elektron beweegt met 3 × 10⁶ m/s loodrecht op een homogeen magnetisch veld van 0,5 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.
|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cv = 3 × 10⁶ m/sB = 0,5 Tθ = 90°
F = fN
3.Gemiddeld
Een elektron beweegt met 6 × 10⁶ m/s loodrecht op een homogeen magnetisch veld van 5 mT. Bepaal de straal r van zijn cirkelbaan.
m = 9,109 × 10⁻³¹ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cv = 6 × 10⁶ m/sB = 5 mT
r = cm
4.Gemiddeld
Een elektron beweegt op een cirkel in een homogeen magnetisch veld van 8 mT. Bepaal de tijd T die één omloop duurt.
m = 9,109 × 10⁻³¹ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ CB = 8 mT
T = ns
5.Moeilijk
In een snelheidsselector laten gekruiste velden E = 2 × 10⁵ V/m en B = 0,5 T alleen ionen met één snelheid rechtdoor gaan. Bepaal die snelheid v.
E = 2 × 10⁵ V/mB1 = 0,5 T
v = m/s
6.Moeilijk
Een lange solenoïde zonder kern heeft 400 windingen, een lengte van 30 cm en een diameter van 1,5 cm. Bepaal zijn zelfinductie L.
N = 400l = 30 cm⌀ = 1,5 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
L = µH
Antwoordenblad
- 1. B = 83,33 µT
- 2. F = 240,3 fN
- 3. r = 0,6823 cm
- 4. T = 4,466 ns
- 5. v = 400000 m/s
- 6. L = 118,4 µH
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.