1.Makkelijk
Een nichemarkt is:
- ADe hele massamarkt voor een brede productcategorie
- BEen markt zonder klanten
- CEen markt die door de overheid wordt beheerst
- DEen klein, specifiek segment met eigen behoeften
2.Makkelijk
Waar staan de letters in een PESTLE-analyse voor?
- APrijs, omgeving, verkoop, technologie, logistiek en werknemers
- BPolitiek, ethisch, sociaal, handel, juridisch en economisch
- CProduct, economie, strategie, technologie, arbeid en milieu
- DPolitiek, economisch, sociaal, technologisch, juridisch (legal) en ecologisch (environmental)
3.Makkelijk
Klantloyaliteitsprogramma's zijn vooral bedoeld om:
- ADe productiekosten te verhogen
- BHerhaalaankopen te stimuleren
- CDe productkwaliteit te verlagen
- DNieuwe investeerders voor het bedrijf aan te trekken
4.Gemiddeld
Welke drie P's worden in de uitgebreide marketingmix voor diensten (7 P's) aan de oorspronkelijke vier toegevoegd?
- APrijs, promotie en fysieke distributie
- BPositionering, bewijs en productiviteit
- CPersoneel, processen en fysiek bewijs (people, process, physical evidence)
- DPartners, publiciteit en prestatie
5.Gemiddeld
Een product kost €60 en wordt verkocht voor €80. Wat is de winstmarge als percentage van de verkoopprijs?
- A20%
- B25%
- C33%
- D75%
6.Gemiddeld
Een klant koopt zijn eerste nieuwe auto. Waarin verschilt deze aankoop met hoge betrokkenheid meestal van het kopen van een pakje kauwgom?
- ADe koper zoekt meer informatie en vergelijkt alternatieven zorgvuldig
- BDe koper wordt helemaal niet door het merk beïnvloed
- CDe koper slaat de evaluatiefase over
- DDe koper beslist impulsief bij de kassa
7.Moeilijk
Onderzoek van een bedrijf toont dat de vraag naar zijn product prijsinelastisch is. Wat doet een prijsverhoging meestal met de omzet als kosten en concurrenten gelijk blijven?
- ADe omzet blijft precies gelijk
- BDe omzet daalt, omdat de hoeveelheid procentueel meer daalt dan de prijs stijgt
- CDe omzet daalt tot nul, omdat klanten stoppen met kopen
- DDe omzet stijgt, omdat de hoeveelheid procentueel minder daalt dan de prijs stijgt
8.Moeilijk
In de BCG-matrix heeft een bedrijf 20% marktaandeel en zijn grootste concurrent 40%. Wat is het relatieve marktaandeel van het bedrijf?
- A0,2
- B0,5
- C2,0
- D20%
Antwoordenblad
- 1. D · Een klein, specifiek segment met eigen behoeften
- 2. D · Politiek, economisch, sociaal, technologisch, juridisch (legal) en ecologisch (environmental)
- 3. B · Herhaalaankopen te stimuleren
- 4. C · Personeel, processen en fysiek bewijs (people, process, physical evidence)
- 5. B · 25%
- 6. A · De koper zoekt meer informatie en vergelijkt alternatieven zorgvuldig
- 7. D · De omzet stijgt, omdat de hoeveelheid procentueel minder daalt dan de prijs stijgt
- 8. B · 0,5
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.