Een auto van 1000 kg die met 6 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 800 kg. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een auto van 2000 kg die met 10 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 600 kg. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Een karretje van 1 kg dat met 4 m/s rijdt, botst volkomen elastisch en frontaal op een stilstaand karretje van 3 kg op een wrijvingsloze baan. Bereken de snelheid v′1 van het eerste karretje na de botsing (positief in de oorspronkelijke richting).
Een projectiel van 20 kg dat horizontaal met 32 m/s beweegt, explodeert in twee brokstukken die langs dezelfde lijn bewegen. Het brokstuk van 4 kg gaat met 72 m/s vooruit. Vind de snelheid v′2 van het brokstuk van 16 kg (positief in de oorspronkelijke richting).
Een bal van 0,4 kg raakt een muur met 9 m/s en kaatst recht terug met 7 m/s. Het contact duurt 10 ms. Bereken de grootte van de stoot J die de muur aan de bal geeft.
Een bal van 0,55 kg raakt een muur met 8 m/s en kaatst recht terug met 14 m/s. Het contact duurt 10 ms. Bereken de gemiddelde kracht Favg van de muur op de bal.
Antwoordenblad
- 1. v′ = 3,333 m/s
- 2. v′ = 7,692 m/s
- 3. v′1 = −2 m/s
- 4. v′2 = 22 m/s
- 5. J = 6,4 N·s
- 6. Favg = 1210 N
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.