Een auto van 1900 kg die met 24 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 1300 kg. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een auto van 800 kg die met 25 m/s rijdt, botst frontaal op een auto van 1100 kg die met 5 m/s in tegengestelde richting rijdt. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Een projectiel van 14 kg dat horizontaal met 31 m/s beweegt, explodeert in twee brokstukken die langs dezelfde lijn bewegen. Het brokstuk van 12 kg gaat met 45 m/s vooruit. Vind de snelheid v′2 van het brokstuk van 2 kg (positief in de oorspronkelijke richting).
Een auto van 1400 kg die met 8 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 900 kg en de twee haken in elkaar. Hoeveel kinetische energie ΔK gaat er bij de botsing verloren?
Een bal van 0,25 kg raakt een muur met 14 m/s en kaatst recht terug met 20 m/s. Het contact duurt 25 ms. Bereken de gemiddelde kracht Favg van de muur op de bal.
Een auto van 2000 kg botst op een geparkeerde auto van 1300 kg. De wrakken haken in elkaar en slippen 23,5 m voordat ze stilstaan. De kinetische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,8. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de snelheid v1 van de eerste auto vlak vóór de botsing.
Antwoordenblad
- 1. v′ = 14,25 m/s
- 2. v′ = 7,632 m/s
- 3. v′2 = −53 m/s
- 4. ΔK = 17530 J
- 5. Favg = 340 N
- 6. v1 = 31,69 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.