Gebruik de knooppuntmethode om het vermogen PIs te vinden dat de stroombron Is levert.
Werkblad Knooppuntmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 6 VIs = 1 AR1 = 3 ΩR2 = 6 Ω
PIs = W
2.Makkelijk
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 8 VIs = 3 AR1 = 12 ΩR2 = 5 Ω
IR2 = A
3.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR3 door R3 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 24 VIs = 1,5 AR1 = 15 ΩR2 = 6 ΩR3 = 2 ΩR4 = 2 Ω
IR3 = A
4.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR1 door R1 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 18 VIs = 3 AR1 = 15 ΩR2 = 15 ΩR3 = 12 ΩR4 = 12 Ω
IR1 = A
5.Moeilijk
De stroombron wordt bijgesteld tot de knooppuntspanning in A gelijk is aan VA = 7,5 V. Gebruik de knooppuntmethode om de bronstroom Is te vinden (richting zoals getekend).
V1 = 5 VR1 = 5 ΩR2 = 6 ΩR3 = 20 ΩR4 = 8 ΩVA = 7,5 V
Is = A
6.Moeilijk
De spanningsbron Vₛ tussen A en B heeft haar +-klem bij A, dus ze legt VA − VB = Vₛ vast. Gebruik de knooppuntmethode met een superknooppunt om de knooppuntspanning VB (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 10 VIs = 1,5 AVs = 10 VR1 = 5 ΩR2 = 15 ΩR3 = 20 Ω
VB = V
Antwoordenblad
- 1. PIs = 6 W
- 2. IR2 = 2,588 A
- 3. IR3 = 1,19 A
- 4. IR1 = 0,1714 A
- 5. Is = 7,063 A
- 6. VB = 2,632 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.