Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
Werkblad Knooppuntmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 6 VIs = 2 AR1 = 10 ΩR2 = 2 Ω
IR2 = A
2.Makkelijk
De knooppuntspanning in A wordt gemeten als VA = 34 V. Gebruik de knooppuntmethode om de weerstand R2 te vinden.
V1 = 20 VIs = 3 AR1 = 8 ΩVA = 34 V
R2 = Ω
3.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om het vermogen PIs te vinden dat de stroombron Is levert.
V1 = 15 VIs = 4 AR1 = 12 ΩR2 = 20 ΩR3 = 8 ΩR4 = 20 Ω
PIs = W
4.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR1 door R1 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 15 VIs = 1 AR1 = 15 ΩR2 = 12 ΩR3 = 8 ΩR4 = 8 Ω
IR1 = A
5.Moeilijk
De spanningsbron Vₛ tussen A en B heeft haar +-klem bij A, dus ze legt VA − VB = Vₛ vast. Gebruik de knooppuntmethode met een superknooppunt om de stroom IR1 door R1 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 5 VIs = 2,5 AVs = 8 VR1 = 30 ΩR2 = 30 ΩR3 = 8 Ω
IR1 = A
6.Moeilijk
Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VA (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 6 VIs = 1,5 AV2 = 15 VR1 = 25 ΩR2 = 3 ΩR3 = 20 ΩR4 = 5 ΩR5 = 6 Ω
VA = V
Antwoordenblad
- 1. IR2 = 2,167 A
- 2. R2 = 27,2 Ω
- 3. PIs = 160,8 W
- 4. IR1 = 0,5294 A
- 5. IR1 = −0,471 A
- 6. VA = −1,792 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.