Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR3 door R3 in de richting van de pijl te vinden.
Werkblad Knooppuntmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 15 VV2 = 24 VR1 = 4 ΩR2 = 10 ΩR3 = 6 Ω
IR3 = A
2.Makkelijk
Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VA (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 20 VIs = 1 AR1 = 5 ΩR2 = 12 Ω
VA = V
3.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR1 door R1 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 15 VIs = 2,5 AR1 = 2 ΩR2 = 5 ΩR3 = 5 ΩR4 = 4 Ω
IR1 = A
4.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VB (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 15 VIs = 1,5 AR1 = 3 ΩR2 = 3 ΩR3 = 5 ΩR4 = 12 Ω
VB = V
5.Moeilijk
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 10 VIs = 0,5 AV2 = 9 VR1 = 2 ΩR2 = 10 ΩR3 = 2 ΩR4 = 15 ΩR5 = 10 Ω
IR2 = A
6.Moeilijk
De spanningsbron Vₛ tussen A en B heeft haar +-klem bij B, dus ze legt VB − VA = Vₛ vast. Gebruik de knooppuntmethode met een superknooppunt om de knooppuntspanning VB (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 5 VIs = 3 AVs = 10 VR1 = 12 ΩR2 = 3 ΩR3 = 25 Ω
VB = V
Antwoordenblad
- 1. IR3 = 1,984 A
- 2. VA = 17,65 V
- 3. IR1 = 2,192 A
- 4. VB = −1,459 V
- 5. IR2 = −0,09412 A
- 6. VB = 16,61 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.