De knooppuntspanning in A wordt gemeten als VA = 6 V. Gebruik de knooppuntmethode om de weerstand R2 te vinden.
Werkblad Knooppuntmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 8 VIs = 1 AR1 = 4 ΩVA = 6 V
R2 = Ω
2.Makkelijk
Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VA (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 10 VV2 = 8 VR1 = 4 ΩR2 = 5 ΩR3 = 12 Ω
VA = V
3.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR3 door R3 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 24 VIs = 4 AR1 = 10 ΩR2 = 12 ΩR3 = 10 ΩR4 = 8 Ω
IR3 = A
4.Gemiddeld
De spanningsbron Vₛ tussen A en B heeft haar +-klem bij B, dus ze legt VB − VA = Vₛ vast. Gebruik de knooppuntmethode met een superknooppunt om de knooppuntspanning VB (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
Is = 2 AVs = 4 VR1 = 4 ΩR2 = 4 Ω
VB = V
5.Moeilijk
Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VB (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 18 VIs = 0,5 AV2 = 5 VR1 = 6 ΩR2 = 8 ΩR3 = 5 ΩR4 = 25 ΩR5 = 4 Ω
VB = V
6.Moeilijk
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 12 VIs = 2 AV2 = 6 VR1 = 5 ΩR2 = 8 ΩR3 = 12 ΩR4 = 12 ΩR5 = 12 Ω
IR2 = A
Antwoordenblad
- 1. R2 = 4 Ω
- 2. VA = 7,687 V
- 3. IR3 = 1,922 A
- 4. VB = 6 V
- 5. VB = 3,817 V
- 6. IR2 = −0,3725 A
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.