De knooppuntspanning in A wordt gemeten als VA = 14 V. Gebruik de knooppuntmethode om de weerstand R2 te vinden.
Werkblad Knooppuntmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 24 VIs = 2 AR1 = 6 ΩVA = 14 V
R2 = Ω
2.Makkelijk
Drie takken zijn aangesloten tussen knooppunt A en massa, zoals getekend. Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VA te vinden.
V1 = 6 VR1 = 3 ΩV2 = 15 VR2 = 4 ΩR3 = 4 Ω
VA = V
3.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VB (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 15 VIs = 1,5 AR1 = 8 ΩR2 = 10 ΩR3 = 4 ΩR4 = 20 Ω
VB = V
4.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VA (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
V1 = 9 VIs = 4 AR1 = 6 ΩR2 = 12 ΩR3 = 10 ΩR4 = 4 Ω
VA = V
5.Moeilijk
De stroombron wordt bijgesteld tot de knooppuntspanning in A gelijk is aan VA = 6,5 V. Gebruik de knooppuntmethode om de bronstroom Is te vinden (richting zoals getekend).
V1 = 5 VR1 = 10 ΩR2 = 5 ΩR3 = 25 ΩR4 = 10 ΩVA = 6,5 V
Is = A
6.Moeilijk
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 9 VIs = 0,5 AV2 = 30 VR1 = 30 ΩR2 = 8 ΩR3 = 4 ΩR4 = 25 ΩR5 = 5 Ω
IR2 = A
Antwoordenblad
- 1. R2 = 3,818 Ω
- 2. VA = 6,9 V
- 3. VB = 14,77 V
- 4. VA = 8,222 V
- 5. Is = 5,725 A
- 6. IR2 = −0,3838 A
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.