De knooppuntspanning in A wordt gemeten als VA = 12 V. Gebruik de knooppuntmethode om de weerstand R2 te vinden.
Werkblad Knooppuntmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 6 VIs = 1 AR1 = 10 ΩVA = 12 V
R2 = Ω
2.Makkelijk
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR1 door R1 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 24 VIs = 1 AR1 = 3 ΩR2 = 6 Ω
IR1 = A
3.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om het vermogen PIs te vinden dat de stroombron Is levert.
V1 = 15 VIs = 4 AR1 = 8 ΩR2 = 3 ΩR3 = 5 ΩR4 = 10 Ω
PIs = W
4.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR3 door R3 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 15 VIs = 3 AR1 = 15 ΩR2 = 2 ΩR3 = 3 ΩR4 = 6 Ω
IR3 = A
5.Moeilijk
De spanningsbron Vₛ tussen A en B heeft haar +-klem bij A, dus ze legt VA − VB = Vₛ vast. Gebruik de knooppuntmethode met een superknooppunt om de stroom Ix door de spanningsbron te vinden, van A naar B zoals de pijl aangeeft.
V1 = 10 VIs = 0,5 AVs = 12 VR1 = 3 ΩR2 = 3 ΩR3 = 5 Ω
Ix = A
6.Moeilijk
De stroombron wordt bijgesteld tot de knooppuntspanning in A gelijk is aan VA = 17 V. Gebruik de knooppuntmethode om de bronstroom Is te vinden (richting zoals getekend).
V1 = 18 VR1 = 12 ΩR2 = 6 ΩR3 = 6 ΩR4 = 30 ΩVA = 17 V
Is = A
Antwoordenblad
- 1. R2 = 30 Ω
- 2. IR1 = 2 A
- 3. PIs = 76,4 W
- 4. IR3 = −1,508 A
- 5. Ix = −1,462 A
- 6. Is = 3,867 A
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.