De bisectiemethode begint op een interval met lengte 2. Elke stap halveert het interval. Hoeveel stappen n zijn minstens nodig voordat het interval korter is dan 0,01?
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
1.Makkelijk
b − a = 2ε = 0,01
n =
2.Makkelijk
Pas Newton–Raphson toe op f(x) = cos x − x met startwaarde x₀ = 1. Bepaal x2.
f(x) = cos x − xf′(x) = −sin x − 1x₀ = 1
x2 =
3.Gemiddeld
De trapeziumregel wordt gebruikt voor ∫13 1/x dx. De fout is hoogstens (b − a)³·M/(12n²) met M = max|f″| op [1, 3]. Bepaal het kleinste aantal stroken n dat een fout kleiner dan 0,0001 garandeert.
f(x) = 1/x[a, b] = [1, 3]ε = 0,0001
n =
4.Gemiddeld
Benader ∫01 1/(1 + x³) dx met de trapeziumregel met n = 3 stroken. Geef T.
f(x) = 1/(1 + x³)[a, b] = [0, 1]n = 3
T =
5.Moeilijk
Gebruik de methode van Euler met h = 0,1 voor y′ = 1 + sin(ty), y(0) = 0,5 om y5 ≈ y(0,5) te schatten.
y′ = 1 + sin(ty)y(0) = 0,5h = 0,1
y5 =
6.Moeilijk
Zet één stap van de klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) met h = 0,1 voor y′ = 1 + sin(ty), y(0) = 1. Bepaal y₁ ≈ y(0,1).
y′ = 1 + sin(ty)y(0) = 1h = 0,1
y1 =
Antwoordenblad
- 1. n = 8
- 2. x2 = 0,7391
- 3. n = 116
- 4. T = 0,8286
- 5. y5 = 1,081
- 6. y1 = 1,105
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.