Gebruik de bisectiemethode op f(x) = ln x + x − 2 met het begininterval [1, 2]. Bepaal het midden c4 van stap 4.
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
1.Makkelijk
f(x) = ln x + x − 2[a, b] = [1, 2]n = 4
c4 =
2.Makkelijk
De bisectiemethode begint op een interval met lengte 3. Elke stap halveert het interval. Hoeveel stappen n zijn minstens nodig voordat het interval korter is dan 0,01?
b − a = 3ε = 0,01
n =
3.Gemiddeld
Benader ∫02 x³ dx met de trapeziumregel, n = 2, en vergelijk met de exacte waarde. Bepaal de absolute fout |E| = |T − I|.
f(x) = x³[a, b] = [0, 2]n = 2
|E| =
4.Gemiddeld
Benader ∫02 √(1 + x³) dx met de regel van Simpson met n = 6 stroken. Geef S.
f(x) = √(1 + x³)[a, b] = [0, 2]n = 6
S =
5.Moeilijk
Gebruik de methode van Heun (verbeterde Euler) met h = 0,2 voor y′ = −2ty, y(0) = 3 om y3 ≈ y(0,6) te schatten.
y′ = −2tyy(0) = 3h = 0,2
y3 =
6.Moeilijk
Zet één stap van de klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) met h = 0,1 voor y′ = t² + y², y(0) = 1. Bepaal y₁ ≈ y(0,1).
y′ = t² + y²y(0) = 1h = 0,1
y1 =
Antwoordenblad
- 1. c4 = 1,563
- 2. n = 9
- 3. |E| = 1
- 4. S = 3,241
- 5. y3 = 2,091
- 6. y1 = 1,111
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.