Pas Newton–Raphson toe op f(x) = e−x − x met startwaarde x₀ = 0,5. Bepaal x2.
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
Gebruik de bisectiemethode op f(x) = x³ − x − 2 met het begininterval [1, 2]. Bepaal het midden c3 van stap 3.
De trapeziumregel wordt gebruikt voor ∫01 x³ dx. De fout is hoogstens (b − a)³·M/(12n²) met M = max|f″| op [0, 1]. Bepaal het kleinste aantal stroken n dat een fout kleiner dan 0,0005 garandeert.
Benader ∫01 sin x dx met de trapeziumregel, n = 2, en vergelijk met de exacte waarde. Bepaal de absolute fout |E| = |T − I|.
Los y′ = y − t², y(0) = 0,5 op met de methode van Euler en stap h = 0,2 tot t = 0,6. De exacte oplossing is y = t² + 2t + 2 + (y₀ − 2)eᵗ. Bepaal de globale fout |E| = |y(0,6) − y3|.
Zet één stap van de klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) met h = 0,2 voor y′ = cos t − y, y(0) = 2. Bepaal y₁ ≈ y(0,2).
Antwoordenblad
- 1. x2 = 0,5671
- 2. c3 = 1,625
- 3. n = 32
- 4. |E| = 0,009617
- 5. |E| = 0,004422
- 6. y1 = 1,817
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.