Gebruik de bisectiemethode op f(x) = x³ − x − 3 met het begininterval [1, 2]. Bepaal het midden c4 van stap 4.
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
1.Makkelijk
f(x) = x³ − x − 3[a, b] = [1, 2]n = 4
c4 =
2.Makkelijk
De bisectiemethode begint op een interval met lengte 1. Elke stap halveert het interval. Hoeveel stappen n zijn minstens nodig voordat het interval korter is dan 0,0001?
b − a = 1ε = 0,0001
n =
3.Gemiddeld
Benader ∫01,5 1/(1 + x³) dx met de regel van Simpson met n = 2 stroken. Geef S.
f(x) = 1/(1 + x³)[a, b] = [0, 1,5]n = 2
S =
4.Gemiddeld
De trapeziumregel wordt gebruikt voor ∫01 x³ dx. De fout is hoogstens (b − a)³·M/(12n²) met M = max|f″| op [0, 1]. Bepaal het kleinste aantal stroken n dat een fout kleiner dan 0,001 garandeert.
f(x) = x³[a, b] = [0, 1]ε = 0,001
n =
5.Moeilijk
Gebruik de methode van Euler met h = 0,5 voor y′ = e−ty, y(0) = 0 om y5 ≈ y(2,5) te schatten.
y′ = e−tyy(0) = 0h = 0,5
y5 =
6.Moeilijk
Gebruik de methode van Heun (verbeterde Euler) met h = 0,1 voor y′ = t − y, y(0) = 3 om y3 ≈ y(0,3) te schatten.
y′ = t − yy(0) = 3h = 0,1
y3 =
Antwoordenblad
- 1. c4 = 1,688
- 2. n = 14
- 3. S = 1,01
- 4. n = 23
- 5. y5 = 1,238
- 6. y3 = 2,265
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.