Gebruik de bisectiemethode op f(x) = e−x − x met het begininterval [0, 1]. Bepaal het midden c3 van stap 3.
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
1.Makkelijk
f(x) = e−x − x[a, b] = [0, 1]n = 3
c3 =
2.Makkelijk
Pas Newton–Raphson toe op f(x) = ln x + x − 3 met startwaarde x₀ = 3. Bepaal x2.
f(x) = ln x + x − 3f′(x) = 1/x + 1x₀ = 3
x2 =
3.Gemiddeld
Benader ∫01 √(1 + x³) dx met de trapeziumregel met n = 3 stroken. Geef T.
f(x) = √(1 + x³)[a, b] = [0, 1]n = 3
T =
4.Gemiddeld
Benader ∫01,5 e−x² dx met de trapeziumregel met n = 2 stroken. Geef T.
f(x) = e−x²[a, b] = [0, 1,5]n = 2
T =
5.Moeilijk
Gebruik de methode van Euler met h = 0,1 voor y′ = 1,5y, y(0) = 2 om y4 ≈ y(0,4) te schatten.
y′ = 1,5yy(0) = 2h = 0,1
y4 =
6.Moeilijk
Zet één stap van de klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) met h = 0,1 voor y′ = cos t − y, y(0) = −1. Bepaal y₁ ≈ y(0,1).
y′ = cos t − yy(0) = −1h = 0,1
y1 =
Antwoordenblad
- 1. c3 = 0,625
- 2. x2 = 2,208
- 3. T = 1,121
- 4. T = 0,8419
- 5. y4 = 3,498
- 6. y1 = −0,8098
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.