Gebruik de bisectiemethode op f(x) = e−x − x met het begininterval [0, 1]. Bepaal het midden c3 van stap 3.
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
1.Makkelijk
f(x) = e−x − x[a, b] = [0, 1]n = 3
c3 =
2.Makkelijk
De bisectiemethode begint op een interval met lengte 3. Elke stap halveert het interval. Hoeveel stappen n zijn minstens nodig voordat het interval korter is dan 0,01?
b − a = 3ε = 0,01
n =
3.Gemiddeld
Benader ∫02 1/(1 + x³) dx met de regel van Simpson met n = 2 stroken. Geef S.
f(x) = 1/(1 + x³)[a, b] = [0, 2]n = 2
S =
4.Gemiddeld
Benader ∫02 1/√(1 + x⁴) dx met de trapeziumregel met n = 5 stroken. Geef T.
f(x) = 1/√(1 + x⁴)[a, b] = [0, 2]n = 5
T =
5.Moeilijk
Gebruik de methode van Euler met h = 0,5 voor y′ = e−ty, y(0) = 0,5 om y5 ≈ y(2,5) te schatten.
y′ = e−tyy(0) = 0,5h = 0,5
y5 =
6.Moeilijk
Gebruik de methode van Heun (verbeterde Euler) met h = 0,1 voor y′ = t² + y², y(0) = 1 om y3 ≈ y(0,3) te schatten.
y′ = t² + y²y(0) = 1h = 0,1
y3 =
Antwoordenblad
- 1. c3 = 0,625
- 2. n = 9
- 3. S = 1,037
- 4. T = 1,354
- 5. y5 = 1,522
- 6. y3 = 1,436
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.