Gebruik de bisectiemethode op f(x) = x² − 20 met het begininterval [4, 5]. Bepaal het midden c3 van stap 3.
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
1.Makkelijk
f(x) = x² − 20[a, b] = [4, 5]n = 3
c3 =
2.Makkelijk
Gebruik de bisectiemethode op f(x) = e−x − x met het begininterval [0, 1]. Bepaal het midden c3 van stap 3.
f(x) = e−x − x[a, b] = [0, 1]n = 3
c3 =
3.Gemiddeld
Benader ∫01 x³ dx met de trapeziumregel, n = 2, en vergelijk met de exacte waarde. Bepaal de absolute fout |E| = |T − I|.
f(x) = x³[a, b] = [0, 1]n = 2
|E| =
4.Gemiddeld
Benader ∫03 √x·e−x dx met de trapeziumregel met n = 4 stroken. Geef T.
f(x) = √x·e−x[a, b] = [0, 3]n = 4
T =
5.Moeilijk
Gebruik de methode van Heun (verbeterde Euler) met h = 0,25 voor y′ = e−ty, y(0) = 0,5 om y2 ≈ y(0,5) te schatten.
y′ = e−tyy(0) = 0,5h = 0,25
y2 =
6.Moeilijk
Zet één stap van de klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) met h = 0,2 voor y′ = 1 + sin(ty), y(0) = 0,5. Bepaal y₁ ≈ y(0,2).
y′ = 1 + sin(ty)y(0) = 0,5h = 0,2
y1 =
Antwoordenblad
- 1. c3 = 4,375
- 2. c3 = 0,625
- 3. |E| = 0,0625
- 4. T = 0,6627
- 5. y2 = 0,9111
- 6. y1 = 0,7128
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.