De bisectiemethode begint op een interval met lengte 0,5. Elke stap halveert het interval. Hoeveel stappen n zijn minstens nodig voordat het interval korter is dan 0,0001?
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
Gebruik de bisectiemethode op f(x) = ln x + x − 3 met het begininterval [1, 3]. Bepaal het midden c3 van stap 3.
De snelheid van een voertuig wordt elke 5 s gemeten (tabel). Schat de afgelegde afstand s van t = 0 tot t = 30 s met de trapeziumregel.
De trapeziumregel wordt gebruikt voor ∫01 sin x dx. De fout is hoogstens (b − a)³·M/(12n²) met M = max|f″| op [0, 1]. Bepaal het kleinste aantal stroken n dat een fout kleiner dan 0,0005 garandeert.
Zet één stap van de klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) met h = 0,1 voor y′ = cos t − y, y(0) = 2. Bepaal y₁ ≈ y(0,1).
Gebruik de methode van Heun (verbeterde Euler) met h = 0,1 voor y′ = y(2 − y), y(0) = 1 om y2 ≈ y(0,2) te schatten.
Antwoordenblad
- 1. n = 13
- 2. c3 = 2,25
- 3. s = 535 m
- 4. n = 12
- 5. y1 = 1,905
- 6. y2 = 1,197
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.