Pas Newton–Raphson toe op f(x) = e−x − x met startwaarde x₀ = 0. Bepaal x1.
Werkblad Numerieke methoden met antwoorden
De bisectiemethode begint op een interval met lengte 3. Elke stap halveert het interval. Hoeveel stappen n zijn minstens nodig voordat het interval korter is dan 0,001?
De trapeziumregel wordt gebruikt voor ∫13 1/x dx. De fout is hoogstens (b − a)³·M/(12n²) met M = max|f″| op [1, 3]. Bepaal het kleinste aantal stroken n dat een fout kleiner dan 0,0005 garandeert.
Benader ∫02 √x·e−x dx met de trapeziumregel met n = 2 stroken. Geef T.
Zet één stap van de klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) met h = 0,2 voor y′ = 1 + sin(ty), y(0) = 1. Bepaal y₁ ≈ y(0,2).
Los y′ = y − t², y(0) = 0,5 op met de methode van Euler en stap h = 0,2 tot t = 0,8. De exacte oplossing is y = t² + 2t + 2 + (y₀ − 2)eᵗ. Bepaal de globale fout |E| = |y(0,8) − y4|.
Antwoordenblad
- 1. x1 = 0,5
- 2. n = 12
- 3. n = 52
- 4. T = 0,4636
- 5. y1 = 1,223
- 6. |E| = 0,01319
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.