De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = −0,1 VR1 = 2 kΩRf = 22 kΩ
I1 = mA
2.Makkelijk
Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −10 hebben. De ingangsweerstand is R1 = 2,2 kΩ. Vind de terugkoppelweerstand Rf.
Av = −10R1 = 2,2 kΩ
Rf = kΩ
3.Gemiddeld
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = −0,5 VRa = 4,7 kΩRb = 100 kΩR1 = 4,7 kΩRf = 4,7 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 25 geeft.
R1 = 47 kΩAv = 25
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = −0,5 VV2 = 0,4 VR1 = 100 kΩR2 = 1 kΩRf = 22 kΩ
If = mA
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 0,1 VV2 = −1,6 VR1 = 100 kΩR2 = 1 kΩRf = 4,7 kΩ
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. I1 = −0,05 mA
- 2. Rf = 22 kΩ
- 3. Vout = −0,9551 V
- 4. Rf = 1128 kΩ
- 5. If = 0,395 mA
- 6. Vout = 7,515 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.