De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = 0,7 VR1 = 10 kΩRf = 47 kΩ
I1 = mA
2.Makkelijk
De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 1,4 VR1 = 4,7 kΩRf = 22 kΩVsat = ±13 V
Vout = V
3.Gemiddeld
De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de spanning V− op de inverterende ingang.
V1 = −2,4 VV2 = −2,5 VR1 = R3 = 1 kΩR2 = R4 = 100 kΩ
V− = V
4.Gemiddeld
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 0,7 VR1 = 1 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = 0,9 VV2 = 1,1 VR1 = 4,7 kΩR2 = 1 kΩRf = 4,7 kΩ
If = mA
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,1 VV2 = 1,1 VR1 = 100 kΩR2 = 10 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. I1 = 0,07 mA
- 2. Vout = −6,553 V
- 3. V− = −2,475 V
- 4. Vout = 2,1 V
- 5. If = 1,291 mA
- 6. Vout = −0,242 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.