Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 45%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 22 keer per minuut met een teugvolume van 380 mL. Bepaal de minuutventilatie V̇E in L/min.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 92 g/L, SaO₂ 93% en PaO₂ 67 mmHg (8,9 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zuurstofcilinder van maat D (factor 0,16 L/psi) geeft 1000 psi aan en loopt met 10 L/min. Hoeveel minuten t gaat hij mee als je een veilige restdruk van 200 psi aanhoudt? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt op high-flow neuszuurstof heeft SpO₂ 96% bij FiO₂ 0,5 en een ademfrequentie van 32/min. Bepaal de ROX-index ROX = (SpO₂/FiO₂)/AF, met SpO₂ in procenten en FiO₂ als breuk. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 142 g/L, SaO₂ 93%, PaO₂ 68 mmHg (9,1 kPa) en een hartminuutvolume van 7,5 L/min. Bepaal met CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) het zuurstofaanbod DO₂ = CaO₂ × CO × 10 in mL/min.
Antwoordenblad
- 1. Q = 6 L/min
- 2. V̇E = 8,36 L/min
- 3. CaO₂ = 11,67 mL/dL
- 4. t = 12 min
- 5. ROX = 6
- 6. DO₂ = 1343 mL/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.