Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 8 kg krijgt cephalexin 40 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 12 uur. De orale suspensie bevat 125 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 55 lb. Het voorschrift is azithromycin 10 mg/kg/dag eenmaal per dag. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 100 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL loopt met 7,5 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 70 eenheden/kg voor bij een patiënt van 73 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 73 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 6 mcg/min. De zak bevat 4 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 91 kg heeft een voorschrift voor nitroglycerin met 5 mcg/min. De zak bevat 25 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. V = 6,4 mL
- 2. D = 250 mg
- 3. D = 3 stuks/h
- 4. V = 1 mL
- 5. R = 22,5 mL/h
- 6. R = 3 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.