Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 21 kg krijgt cephalexin 25 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 8 uur. De orale suspensie bevat 250 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 25 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 24 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 250 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL loopt met 15 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 55 kg. De flacon bevat 1 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 92 kg heeft een voorschrift voor nitroglycerin met 20 mcg/min. De zak bevat 25 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dopamine 400 mg in 250 mL. Het voorschrift is 2 mcg/kg/min voor een patiënt van 52 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. V = 3,5 mL
- 2. D = 250 mg
- 3. D = 15 stuks/h
- 4. V = 4,4 mL
- 5. R = 12 mL/h
- 6. R = 3,9 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.