Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 18 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 24 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 33 lb. Het voorschrift is cephalexin 40 mg/kg/dag verdeeld over 2 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 61 kg. De flacon bevat 1 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 60 eenheden/kg voor bij een patiënt van 51 kg. De flacon bevat 1 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 85 kg heeft een voorschrift voor nitroglycerin met 30 mcg/min. De zak bevat 25 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dobutamine 500 mg in 250 mL. Het voorschrift is 2,5 mcg/kg/min voor een patiënt van 55 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 180 mg
- 2. D = 300 mg
- 3. V = 4,9 mL
- 4. V = 3,1 mL
- 5. R = 18 mL/h
- 6. R = 4,1 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.