Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 26 kg krijgt cephalexin 40 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 6 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 22 kg krijgt clindamycin 30 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 8 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 60 eenheden/kg voor bij een patiënt van 108 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 50 eenheden kortwerkende insuline in 50 mL. Het voorschrift is 3 eenheden/h. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dopamine 800 mg in 500 mL. Het voorschrift is 5 mcg/kg/min voor een patiënt van 57 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 800 mg in 500 mL, loopt met 19 mL/h. De patiënt weegt 51 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 260 mg
- 2. D = 220 mg
- 3. V = 1,3 mL
- 4. R = 3 mL/h
- 5. R = 10,7 mL/h
- 6. D = 9,9 mcg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.