Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 66 lb. Het voorschrift is clindamycin 20 mg/kg/dag verdeeld over 3 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 44 lb. Het voorschrift is cephalexin 25 mg/kg/dag verdeeld over 2 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 50 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL loopt met 8 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 70 eenheden/kg voor bij een patiënt van 105 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dopamine 400 mg in 250 mL. Het voorschrift is 5 mcg/kg/min voor een patiënt van 93 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 400 mg in 250 mL, loopt met 4 mL/h. De patiënt weegt 103 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 200 mg
- 2. D = 250 mg
- 3. D = 1,6 stuks/h
- 4. V = 1,5 mL
- 5. R = 17,4 mL/h
- 6. D = 1 mcg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.