Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 66 lb. Het voorschrift is azithromycin 10 mg/kg/dag eenmaal per dag. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 24 kg krijgt clindamycin 30 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 6 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 71 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 100 eenheden kortwerkende insuline in 100 mL. Het voorschrift is 6 eenheden/h. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 65 kg heeft een voorschrift voor nitroglycerin met 30 mcg/min. De zak bevat 50 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 100 kg heeft een voorschrift voor nitroglycerin met 50 mcg/min. De zak bevat 50 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 300 mg
- 2. D = 180 mg
- 3. V = 1,1 mL
- 4. R = 6 mL/h
- 5. R = 9 mL/h
- 6. R = 15 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.