Als de prijs van een product met 10 % daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid met 2 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Als de prijs van een product met 20 % daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid met 4 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.
Als de prijs van een kaartje verandert van €4,00 naar €5,50, verandert de weekafzet van 800 naar 200. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Als de prijs van een kaartje verandert van €25,00 naar €27,00, verandert de weekafzet van 1000 naar 940. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −2, dus Q = A·P^−2. Bij een prijs van €5 worden 2 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €6,00?
De vraag naar een product is Q = 800 − 10P, met P in euro. Bij welke prijs P is de totale omzet het grootst?
Antwoordenblad
- 1. E = −0,2
- 2. E = −0,2
- 3. E = −3,8
- 4. E = −0,8041
- 5. Q = 1389 stuks
- 6. P = 40 €
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.