Een stochast X heeft de getoonde kansverdeling. Bepaal zijn verwachtingswaarde E(X).
Werkblad Kansrekening met antwoorden
1.Makkelijk
x: 1, 2, 3, 4, 5p(x): 0,15, 0,05, 0,3, 0,3, 0,2
E(X) =
2.Makkelijk
Er worden twee eerlijke dobbelstenen gegooid. Wat is de kans P dat de som precies 10 is?
2 dobbelstenen= 10
P =
3.Gemiddeld
Een zak bevat 5 rode en 5 blauwe knikkers. Je pakt er twee zonder de eerste terug te leggen. Wat is de kans P dat ze allebei rood zijn?
5 / 5
P =
4.Gemiddeld
Bepaal voor de getoonde verdeling de standaardafwijking σ van X.
x: 0, 2, 4, 6p(x): 0,35, 0,2, 0,15, 0,3
σ =
5.Moeilijk
Een toets heeft 5 meerkeuzevragen. Een student die gokt, heeft elke vraag onafhankelijk goed met kans 0,25. Wat is de kans P op precies 4 goede antwoorden?
n = 5p = 0,25k = 4
P =
6.Moeilijk
Er worden 8 onderdelen getest, en elk valt onafhankelijk uit met kans 0,5. Wat is de kans P dat er hoogstens één uitvalt?
n = 8p = 0,5
P =
Antwoordenblad
- 1. E(X) = 3,35
- 2. P = 0,08333
- 3. P = 0,2222
- 4. σ = 2,482
- 5. P = 0,01465
- 6. P = 0,03516
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.