Maak de waarheidstabel af (1 = waar, 0 = onwaar). In hoeveel rijen N is ¬(¬p → q) ∧ (¬r ∨ p) waar?
Werkblad Propositielogica & bewijzen met antwoorden
1.Makkelijk
¬(¬p → q) ∧ (¬r ∨ p)
N =
2.Makkelijk
Maak de waarheidstabel af (1 = waar, 0 = onwaar). In hoeveel rijen N is ¬a ∧ ¬(b ∨ a) waar?
¬a ∧ ¬(b ∨ a)
N =
3.Gemiddeld
In hoeveel van de 8 rijen van zijn waarheidstabel is ¬((¬(p → r) ∧ p) ∨ (¬q ∧ r)) waar? Noem dit aantal N.
¬((¬(p → r) ∧ p) ∨ (¬q ∧ r))
N =
4.Gemiddeld
Is (r ↔ p) ∧ (r ↔ ¬p) een tautologie, een contradictie of een contingentie? Klik op je antwoord.
(r ↔ p) ∧ (r ↔ ¬p)
- 1tautologie
- 2contradictie
- 3contingentie
5.Moeilijk
In hoeveel van de 16 rijen van de waarheidstabel is (b ∧ a) ∧ ((¬a ∧ c) ↔ (c ∧ d)) waar? Noem dit aantal N.
(b ∧ a) ∧ ((¬a ∧ c) ↔ (c ∧ d))
N =
6.Moeilijk
De redenering met premissen c → a; a en conclusie c is ongeldig. Klik op de rij van de waarheidstabel die een tegenvoorbeeld is.
c → aa∴ c
- 1a = 1, c = 1
- 2a = 1, c = 0
- 3a = 0, c = 1
- 4a = 0, c = 0
Antwoordenblad
- 1. N = 1
- 2. N = 1
- 3. N = 4
- 4. contradictie
- 5. N = 3
- 6. a = 1, c = 0
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.