Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,15 min⁻¹. Vind de halveringstijd t½.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CB, met k = 0,002 s⁻¹. Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,25 mol/L en CB = 0,1 mol/L.
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,1 L/(mol·min) en begint bij 1,5 mol/L. Vind de concentratie CA na 15 min.
Een tweede-orde reactie (−rA = k·CA²) in een batchreactor heeft k = 0,05 L/(mol·min) en begint bij 0,5 mol/L. Hoe lang duurt het om 50% conversie te bereiken? Vind t.
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,002 min⁻¹ bij 25 °C en een activeringsenergie van 60 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 55 °C.
Een reactie heeft een activeringsenergie van 55 kJ/mol. Bij 40 °C is ze te traag. Tot welke temperatuur T2 (in °C) moet ze worden verwarmd om 5 keer zo snel te verlopen?
Antwoordenblad
- 1. t½ = 4,621 min
- 2. r = 0,0002 mol/(L·s)
- 3. CA = 0,4615 mol/L
- 4. t = 40 min
- 5. k2 = 0,01828 min⁻¹
- 6. T2 = 65,83 °C
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.