Een slinger bestaat uit een homogene slanke staaf (4 kg, 1 m lang) die aan zijn bovenuiteinde O draait, met een massieve bol met massa 7 kg en straal 0,1 m vast aan zijn onderuiteinde. Het middelpunt van de bol ligt 1,1 m onder O. Bepaal het massatraagheidsmoment IO van de slinger om O.
Werkblad Rotatie van een star lichaam met antwoorden
Een homogene slanke staaf met massa 3,5 kg en lengte 1,3 m draait om een as O loodrecht op de staaf, 0,3 m van het zwaartepunt G. Bepaal het massatraagheidsmoment IO om die as.
Een homogene slanke staaf met massa 4,5 kg en lengte 2,1 m is aan één uiteinde scharnierend bevestigd en wordt horizontaal vastgehouden. Hij wordt vanuit rust losgelaten. Gebruik g = 9,81 m/s². Bepaal zijn hoekversnelling α vlak na het loslaten.
Een as brengt 180 kW over bij 1200 rpm. Bepaal het koppel T in de as.
Een homogene slanke staaf met massa 6 kg en lengte 2 m hangt in rust aan een wrijvingsloos draaipunt aan zijn bovenuiteinde. Een kogel van 5 g die horizontaal met 220 m/s beweegt, raakt de staaf 2 m onder het draaipunt en blijft erin zitten. Bepaal de hoeksnelheid ω van de staaf vlak na de botsing.
Een homogene slanke staaf met massa 9 kg en lengte 0,8 m hangt in rust aan een wrijvingsloos draaipunt aan zijn bovenuiteinde. Een kogel van 20 g die horizontaal met 560 m/s beweegt, raakt de staaf 0,32 m onder het draaipunt en blijft erin zitten. Bepaal de hoeksnelheid ω van de staaf vlak na de botsing.
Antwoordenblad
- 1. IO = 9,831 kg·m²
- 2. IO = 0,8079 kg·m²
- 3. α = 7,007 rad/s²
- 4. T = 1432 N·m
- 5. ω = 0,2743 rad/s
- 6. ω = 1,865 rad/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.