De rekenkundige rij −1, 4, 9, 14, … eindigt met de term 164. Hoeveel termen n heeft hij?
Werkblad Rijen & reeksen met antwoorden
1.Makkelijk
a₁ = −1d = 5aₙ = 164
n =
2.Makkelijk
Bepaal de som S5 van de eerste 5 termen van de meetkundige rij 0,5, 0,75, 1,125, …
a₁ = 0,5r = 1,5n = 5
S5 =
3.Gemiddeld
Pas het quotiëntcriterium toe op Σk=1∞ k·5ᵏ/3ᵏ. Bepaal L = lim |ak+1/ak|.
ak = k·5ᵏ/3ᵏ
L =
4.Gemiddeld
Precies één van de vier reeksen divergeert. Klik erop.
A: Σ k/5ᵏB: Σ 1/(k(k + 3))C: Σ (−1)ᵏ/kD: Σ (1 + 1/k)ᵏ
- 1A: Σ k/5ᵏ
- 2B: Σ 1/(k(k + 3))
- 3C: Σ (−1)ᵏ/k
- 4D: Σ (1 + 1/k)ᵏ
5.Moeilijk
Herken de reeks en bepaal haar som: S = Σk=0∞ (−1)ᵏ·0,52k/(2k)!.
ak = (−1)ᵏ·0,52k/(2k)!
S =
6.Moeilijk
f(x) = cos x wordt benaderd door zijn Maclaurinpolynoom van graad 3 in x = 1,5. Gebruik de Lagrange-foutgrens M·|x|ⁿ⁺¹/(n + 1)! met M = 1 om de grootst mogelijke fout |R₃| te vinden.
f(x) = cos xn = 3x = 1,5M = 1
|R₃| =
Antwoordenblad
- 1. n = 34
- 2. S5 = 6,594
- 3. L = 1,667
- 4. D: Σ (1 + 1/k)ᵏ
- 5. S = 0,8776
- 6. |R₃| = 0,2109
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.