De rekenkundige rij −8, −6, −4, −2, … eindigt met de term 14. Hoeveel termen n heeft hij?
Werkblad Rijen & reeksen met antwoorden
1.Makkelijk
a₁ = −8d = 2aₙ = 14
n =
2.Makkelijk
Bepaal de som S5 van de eerste 5 termen van de meetkundige rij 10, 12, 14,4, …
a₁ = 10r = 1,2n = 5
S5 =
3.Gemiddeld
Precies één van de vier reeksen convergeert. Klik erop.
A: Σ 1/k³B: Σ 5/kC: Σ (4/3)ᵏD: Σ k!/10ᵏ
- 1A: Σ 1/k³
- 2B: Σ 5/k
- 3C: Σ (4/3)ᵏ
- 4D: Σ k!/10ᵏ
4.Gemiddeld
Pas het wortelcriterium toe op Σk=1∞ ((1k + 3)/(2k + 4))ᵏ. Bepaal L = lim |ak|1/k.
ak = ((1k + 3)/(2k + 4))ᵏ
L =
5.Moeilijk
Gebruik het Maclaurinpolynoom van graad 3 van f(x) = 1/(1 + x) om f(0,4) te benaderen. Geef P₃(0,4).
f(x) = 1/(1 + x)n = 3x = 0,4
P₃(0.4) =
6.Moeilijk
Bepaal de coëfficiënt c₄ van (x − 1)⁴ in de Taylorreeks van f(x) = ln x rond a = 1.
f(x) = ln xa = 1k = 4
c₄ =
Antwoordenblad
- 1. n = 12
- 2. S5 = 74,42
- 3. A: Σ 1/k³
- 4. L = 0,5
- 5. P₃(0.4) = 0,696
- 6. c₄ = −0,25
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.