De meetkundige rij aₙ = 2·0,7ⁿ⁻¹ daalt. Bepaal de eerste index n waarvoor aₙ < 0,5.
Werkblad Rijen & reeksen met antwoorden
1.Makkelijk
a₁ = 2r = 0,7ε = 0,5
n =
2.Makkelijk
De rekenkundige rij −11, −6, −1, 4, … eindigt met de term 139. Hoeveel termen n heeft hij?
a₁ = −11d = 5aₙ = 139
n =
3.Gemiddeld
Precies één van de vier reeksen convergeert. Klik erop.
A: Σ (5k + 1)/(k + 2)B: Σ 3ᵏ/k²C: Σ k/2ᵏD: Σ 5/k
- 1A: Σ (5k + 1)/(k + 2)
- 2B: Σ 3ᵏ/k²
- 3C: Σ k/2ᵏ
- 4D: Σ 5/k
4.Gemiddeld
Pas het quotiëntcriterium toe op Σk=1∞ k·2ᵏ/3ᵏ. Bepaal L = lim |ak+1/ak|.
ak = k·2ᵏ/3ᵏ
L =
5.Moeilijk
f(x) = eˣ wordt benaderd door zijn Maclaurinpolynoom van graad 3 in x = 0,2. Gebruik de Lagrange-foutgrens M·|x|ⁿ⁺¹/(n + 1)! met M = e0,2 = 1,221 om de grootst mogelijke fout |R₃| te vinden.
f(x) = eˣn = 3x = 0,2M = 1,221
|R₃| =
6.Moeilijk
Bepaal de coëfficiënt c₄ van (x − 1)⁴ in de Taylorreeks van f(x) = 1/x rond a = 1.
f(x) = 1/xa = 1k = 4
c₄ =
Antwoordenblad
- 1. n = 5
- 2. n = 31
- 3. C: Σ k/2ᵏ
- 4. L = 0,6667
- 5. |R₃| = 8,143 × 10⁻⁵
- 6. c₄ = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.