Bepaal de som S van de oneindige reeks Σk=0∞ 3·(−2/3)ᵏ.
Werkblad Rijen & reeksen met antwoorden
1.Makkelijk
a = 3r = −2/3k₀ = 0
S =
2.Makkelijk
De rekenkundige rij −7, −1, 5, 11, … eindigt met de term 95. Hoeveel termen n heeft hij?
a₁ = −7d = 6aₙ = 95
n =
3.Gemiddeld
Pas het quotiëntcriterium toe op Σk=1∞ kᵏ/(2ᵏ·k!). Bepaal L = lim |ak+1/ak|.
ak = kᵏ/(2ᵏ·k!)
L =
4.Gemiddeld
Precies één van de vier reeksen convergeert. Klik erop.
A: Σ (k + 3)/k²B: Σ 2ᵏ/k³C: Σ 1/k⁴D: Σ 1/(4k + 2)
- 1A: Σ (k + 3)/k²
- 2B: Σ 2ᵏ/k³
- 3C: Σ 1/k⁴
- 4D: Σ 1/(4k + 2)
5.Moeilijk
Gebruik het Maclaurinpolynoom van graad 4 van f(x) = 1/(1 − x) om f(0,5) te benaderen. Geef P₄(0,5).
f(x) = 1/(1 − x)n = 4x = 0,5
P₄(0.5) =
6.Moeilijk
Bepaal de coëfficiënt c₄ van (x − 2)⁴ in de Taylorreeks van f(x) = e2x rond a = 2.
f(x) = e2xa = 2k = 4
c₄ =
Antwoordenblad
- 1. S = 1,8
- 2. n = 18
- 3. L = 1,359
- 4. C: Σ 1/k⁴
- 5. P₄(0.5) = 1,938
- 6. c₄ = 36,4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.