Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = 5/(s(s + 2)). De gesloten-luspolen zijn complex. Bepaal hun imaginaire deel ωd.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Een proportionele regelaar met versterking K = 4 regelt het proces G(s) = 2/(s + 10) in een lus met eenheidsterugkoppeling. Bepaal de gesloten-luspool p.
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 3)(s + 5)). Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Het proces G(s) = (s + 5)/((s − 4)(s + 5)) heeft een instabiele pool bij s = 4. Een proportionele versterking K sluit een lus met eenheidsterugkoppeling om het proces. Bepaal de kleinste versterking Kmin die de gesloten lus stabiel maakt.
De wortelbaan van L(s) = K(s + 10)/(s(s + 5)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −5, maakt een cirkel en bereikt de reële as weer links van de zero. Bepaal het vertrekpunt sb.
Bepaal voor de lus L(s) = K/(s(s + 5)(s + 6)) de versterking K die een gesloten-luspool op s = −1 plaatst.
Antwoordenblad
- 1. ωd = 2 rad/s
- 2. p = −18
- 3. Kmax = 120
- 4. Kmin = 4
- 5. sb = −2,929
- 6. K = 20
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.